Calamar = pijlinktvis
→ Lang, met een smal lichaam en vinnen aan de zijkant.
→ Wordt vaak in ringen gesneden en gefrituurd (calamars frits / calamari).
→ Het vlees is zacht als het goed wordt bereid.
•
Seiche = zeekat
→ Een andere soort inktvis, met een breder, platter lichaam en een inwendig kalkplaatje (het “zeeschuim” dat je soms op het strand vindt).
→ Het vlees is iets steviger en wat zoeter van smaak.
•
Poulpe = octopus
→ Acht armen, geen “lichaam” in de vorm van een buis zoals bij de calamar.
→ Het vlees is taaier en moet lang gekookt of gestoofd worden om mals te zijn (bijvoorbeeld in salade de poulpe of poulpe à la provençale).